Limericks

een langbenig meisje uit Schagen,
die wilde haar vriend graag behagen.
ze zei:"Hij is zo klein,
als ik bij hem wil zijn,
dan moet ik mezelf echt verlagen!

(Harriëtte)

DUO'S          * * * * *       DUO'S          * * * * *   

   

 een tijd lang schreven mijn broer Wim en ik limericks. De ene keer gaf hij de plaatsnaam op, de andere keer koos ik de plaatsnaam.
Vervolgens maakten we ieder een limerick. Hieronder een aantal van die limericks.
Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat we ons niet strikt aan de regels hielden,
maar het leidde vaak wel tot heel geestige gedichtjes. En we hadden er plezier in.....!

 

op een boerenstee in het schone Kapelle
woonde ooit een dijk van een “lellebelle”
haar ondeugend genot
maakte families kapot
ja, 't was een ongeloof’lijke  felle!

Het strakke model uit Kapelle
een hinde, mooi als een gazelle
hijgde heel zwoel en heel hees:
“Ik eet niets bij de Chinees
ik zuig liever tagliatelle.

Een fel jagershondje uit Twello
begroette ons uitbundig met “Hello”
’t klonk wel wat maf
dat Engels geblaf
maar dat is nou typisch onze Bello.

Een alcoholiste uit Twello
Vibreerde muziek met haar cello
Misschien wel mooi zo die klank
Maar ik vibreer door ’t gemis van de drank
Straks neem ik ijskoud limoncello

Er was eens een jongen in Londen
Die had een condoompje gevonden
Hij lachte besmuikt
Want het was al gebruikt
En dat vond-ie toch effetjes zonde!    

Boze vissers uit het Engelse Londen
Wilden af van drie lastige honden
Ze bedachten ineens
Verzuip ze in de Theems
Het ging mis, het waren rasechte zeehonden

Een vroedvrouw uit het schone Slagharen
Hielp een oudere vrouw bij het baren
Het ging  niet zo gelikt
de baby raakte verstrikt
de kraamvrouw was vergeten zich te ontharen.

Een prof-illusionist in Slagharen
Liet zich verdwijnen met zijn beeldschone harem
Maar hij deed het té vlug
Men zag ze nooit meer terug
Hij bleek toch niet zo heel erg ervaren

De burgervader van Winterswijk
Zette zichzelf niet gaarne te kijk
geen ambtsketen om
dat vond-ie zo dom
hij hield niet van al dat gezeik.

De weeshuisdirectie in Winterswijk
Die zette haar kroost aan de Kinderdijk
‘Ik houd ermee op
Dat gezeur aan mijn kop
Het is mij hier veel te kinderrijk’

Een ADHD-meisje uit Dordt
spoorde haar paard aan met “Vort”
Het paard luisterde niet
toen flipte die griet
En sloeg de hele manege aan gort.

Er was eens een molenaar te Dordt
Die voelde zich door zijn vrouw erg gekort
Hij wist wat hij wouw
En vond van zijn vrouw:
mouwen te lang en pijpen tekort

Een excentrieke leerkracht uit Hansweert
Had zijn leerlingen rare dingen geleerd.
Zoals niezen in iemands gezicht
of plassen op schrikdraad gericht
en kort daarna is hij ‘m gesmeerd.

Een zwervende slak in Hansweert
Die in acute woningnood verkeert
Woonde in een slechte buurt
Heeft toen zijn slakkenhuis verhuurd
Is nu dakloos en als naaktslak zwaar gedupeerd

Een mooie meid uit Scheveningen
Kocht deftige gouden oorringen
Zij reageerde ontsteld
Toen haar werd verteld
Dat ze schots en scheef aan haar oren hingen

De haringvissers uit Scheveningen
Die bij stormweer de zee opgingen
Zagen in het urinoir
En dat vonden ze raar
Hun plas waterpas, terwijl ze op de golven scheef hingen

 

Er was eens een boertje uit Gouda
die zat steeds zijn vrouw en de meid na!
Hij kreeg ze te pakken
en liet zijn broek zakken,
Toen was hij verlost van zijn trauma!     

Een marktkoopman ergens in Gouda
Keek geboeid het bloedmooie wicht na
Kijk nou, piepte hij hees
Het Is niet wat ik vrees,
Ik heb nu echt geen last van mijn astma

* * * * *     Later meer limericks     * * * * * 

 

terug